Wanneer naar een kinderfysiotherapeut?

Meestal is het de ouder/verzorger die zich ongerust maakt over de zintuiglijke en/of de motorische ontwikkeling van zijn/haar kind. Neem dit gevoel serieus.
Ook de arts/verpleegkundige van het consultatiebureau, de jeugdarts, de huisarts of de kinderarts kunnen aangeven dat de ontwikkeling anders verloopt.

Leerkrachten of pedagogisch medewerkers van het kinderdagverblijf, hebben evenals ouders/verzorgers een belangrijke, signalerende taak. Problemen in het bewegend functioneren kunnen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van het kind. Daarom is het van belang dat nauwkeurig wordt vastgesteld of de ontwikkeling vertraagd of afwijkend verloopt, zodat er een adequaat advies gegeven kan worden.

Een stelregel is: een “niet-pluis gevoel” is reden genoeg om een deskundige te raadplegen.
Immers het is van groot belang om vroegtijdig te beginnen met de juiste zorg, zodat een kind zich optimaal kan ontwikkelen.

Daarnaast kan een sportbegeleider zoals een voetbaltrainer, zweminstructeur of gymnastiekleraar het opvallen dat het aanleren van een motorische vaardigheid moeilijker is voor het kind in vergelijking met zijn leeftijdsgenoten.

Hieronder volgt een onderverdeling van veelvoorkomende klachten per leeftijdsgroep.

Veelvoorkomende klachten per leeftijdsgroep

In de eerste twee levensjaren ontwikkelt een kind diverse motorische vaardigheden. Het ontwikkelen van een stabiele hoofdbalans, reiken, grijpen, het omrollen, tijgeren en kruipen, zitten, staan en lopen zijn belangrijke motorische mijlpalen. Deze ontwikkeling kan bij sommige kinderen anders verlopen waardoor fysiotherapie hulp kan bieden.

Kinderfysiotherapie kan onder andere geïndiceerd zijn bij de volgende problematiek:

  • Motorische ontwikkelingsachterstand
  • Voorkeurshouding, asymmetrie of een afgeplat hoofd
  • Huilbaby’s
  • Hypotonie (lage spierspanning)
  • Hypertonie (hoge spierspanning)
  • Overstrekken
  • Opvallende links/ rechts verschillen
  • Hoogcervicale functiestoornissen (voormalig KISS syndroom, wordt verderop nader uitgelegd)
  • Opvallende motoriek, bijvoorbeeld billenschuivers of tenenlopers
  • Hersenbeschadiging
  • Spina bifida
  • Prematuriteit (te vroeg geboren)
  • Dysmaturiteit (te laag geboortegewicht)
  • Obstetrische Plexus Brachialis Laesie
  • Ademhalingsproblematiek
  • Orthopedische problematiek
  • Overgevoeligheid voor prikkels
  • Syndromale aandoeningen

In de leeftijd van 2 tot 6 jaar gaat een kind complexere motorische vaardigheden leren. Zo zal een kind gaan rennen, springen, hinkelen, klimmen, fietsen, gooien en vangen. Maar ook fijn motorische vaardigheden als krassen, tekenen, kleuren en knippen. Daarnaast maakt het kind een start met schrijven. Soms kan een kind moeite hebben bij het aanleren van deze vaardigheden, waarbij een kinderfysiotherapeut hulp kan bieden.

Kinderfysiotherapie kan bij deze leeftijdsgroep onder andere geïndiceerd zijn voor:

  • Problemen in de grove motoriek
    • Houterig of stijf bewegen
    • Slappe houding, moeite met rechtop zitten
    • Opvallend looppatroon
    • Veel vallen en/of struikelen
    • Niet kunnen meekomen met de gymles of met buitenspelen
    • Onrustig, of veel bewegen
    • Tenenlopen
  • Problemen in de fijne motoriek
    • Onvoldoende ontwikkelde pengreep
    • Moeite met tekenen en kleuren
    • Moeite met knippen, plakken, kralen rijgen of veters strikken
    • Geen duidelijke voorkeurshand bij teken- of schrijftaken
    • Schokkerig, niet vloeiend bewegen
  • Development coordination disorder (DCD)
  • Houdingsproblemen
  • Lichamelijke spanningsklachten zoals hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid zonder medische oorzaak
  • Pijnklachten in spieren en/of gewrichten
  • Zindelijkheidsproblemen
  • Sensorische informatieverwerking (SI)
  • Spierzwakte
  • Jeugdreuma
  • Hersenbeschadiging
  • Ademhalingsproblemen
  • Orthopedische aandoeningen
  • Syndromale aandoeningen

Het kind kan onderhand veel complexe vaardigheden. Toch gaat dit niet altijd zoals dit bij leeftijdsgenoten gaat, wat een belemmering kan geven voor het dagelijks functioneren. Wanneer een kind hier hinder van ervaart, kan fysiotherapie hulp bieden.
Daarnaast lopen sportende kinderen regelmatig blessures op. Vooral jonge fanatieke sporters en kinderen tijdens de groei zijn extra gevoelig voor blessures. Zij kunnen erdoor gehinderd worden in hun bewegen, sport en spel. Het is belangrijk dat bij deze blessures een goede fysiotherapeutische diagnose gesteld wordt, waarna advies en eventueel behandeling kan volgen. Daarna kunnen de sportactiviteiten, aangepast aan de lichamelijke ontwikkeling van het kind, weer opgebouwd worden. Hierdoor kan herhaling van blessures voorkomen worden.

Kinderfysiotherapie kan bij deze leeftijdsgroep onder andere geïndiceerd zijn voor:

  • Problemen in de grove motoriek
    • Houterig of stijf bewegen
    • Slappe houding, moeite met rechtop zitten
    • Opvallend looppatroon
    • Veel vallen en/of struikelen
    • Niet kunnen meekomen met de gymles of met buitenspelen
    • Onrustig, of veel bewegen
    • Tenenlopen
  • Problemen in de fijne motoriek
    • Pijnklachten bij schrijven
    • Onvoldoende leesbaar handschrift
    • Onvoldoende ontwikkelde pengreep
    • Schrijfproblemen
  • Sport gerelateerde klachten en/ of blessures
  • Development coordination disorder (DCD)
  • Houdingsproblemen
  • Lichamelijke spanningsklachten zoals hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid zonder medische oorzaak
  • Pijnklachten in spieren en/of gewrichten
  • Zindelijkheidsproblemen
  • Sensorische informatieverwerking (SI)
  • Spierzwakte
  • Jeugdreuma
  • Hersenbeschadiging
  • Ademhalingsproblemen
  • Orthopedische aandoeningen
  • Syndromale aandoeningen